Enquête maken
Een enquête maken is een kunst op zich. Naast kennis over het onderwerp moet men ook onderzoektechnisch en taalkundig goed onderlegd zijn en bovendien een goed inlevingsvermogen hebben. Hieronder staat een lijst met aspecten waar je als onderzoeker op met letten. De lijst is opgedeeld in de volgende rubrieken:
- eisen aan de individuele vragen
- eisen aan de vragenlijst
- verwerken van de antwoorden op de vragen
- controles voorafgaand aan het uitzetten van de vragenlijst
- de afname
- schriftelijke afname
- telefonische afname
- afname via internet
Eisen aan de individuele enquêtevragen
Er zijn diverse manieren waarop een vraag in een enquête kan worden gesteld. Men onderscheidt open en gesloten vragen, en de gesloten vragen zijn weer in te delen in onder andere multiple choice, multiple respons, matrix-vragen. Als je daar meer over wilt weten surf dan naar enquêtevragen op deze site. De individuele vragen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen om opgenomen te mogen worden in de vragenlijst:
1) De vraag mag niet dubbelzinnig zijn, dat wil zeggen dat slechts één interpretatie mogelijk is (validiteit). Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de opgestelde antwoorden.
2) De vraag moet neutraal zijn gesteld. Zij mag op geen enkele manier suggestief zijn, dat wil zeggen richtinggevend aan het antwoord dat de onderzoeker of de opdrachtgever graag wil horen.
3) De vraag mag geen irritatie geven. Om deze reden is het beter om bij een schriftelijke en telefonische afname de persoonlijke vragen over de respondent achteraan in de vragenlijst op te nemen. In een persoonlijk interview (face-to-face interview) is het juist beter om deze persoonlijke vragen aan het begin te stellen. Bij online afname kan men de persoonlijke vragen ook het beste aan het begin stellen omdat respondenten de neiging hebben juist dan te stoppen met het beantwoorden van de vragen.
4) Een vraag die geen onderscheid aanbrengt (omdat vrijwel iedereen hetzelfde antwoord zal geven) kan worden weggelaten. Zij kan hooguit dienen als controle om vast te stellen of de respondent tot de doelgroep behoort.
5) Bij een gesloten vraag mogen de antwoordalternatieven elkaar niet overlappen. Een bungalow en vrijstaande woning zijn (deels) hetzelfde.
6) Bij een gesloten vraag moet de lijst met antwoordalternatieven volledig zijn. Is die niet volledig te maken of als de lijst te lang wordt, maak dan gebruik van een halfopen vraag.
Eisen aan de vragenlijst
Een vragenlijst is een lijst met vragen. Het is dus niet één vraag, maar het zijn er meerdere. Voor het samenstellen van een vragenlijst kunnen de volgende tips worden gegeven:
7) Plaats vragen die over hetzelfde onderwerp gaan bij elkaar. Voor de respondent is er niets zo vervelend als maar lukraak een aantal vragen voorgeschoteld te krijgen.
8) Vragen die hetzelfde beginnen, kunnen het beste in een matrixvorm worden voorgelegd aan de respondenten. Bijvoorbeeld:
Welk rapportcijfer zou u willen geven aan ...
... de ligging van uw huis?
... de omgeving van uw huis?
... het schilderwerk van uw huis?
9) Plaats de vragen in een logische volgorde.
10) Hou er rekening mee dat de volgorde van de vragen bepalend kan zijn voor de antwoorden die de respondent geeft. Wees hier alert op.
11) Als de vragenlijst lang wordt, maak dan gebruik van ‘kopjes’. Bij schriftelijke afname is dat makelijk te doen door er een titel boven te zetten. Bij voorkeur ook nog vetgedrukt en in een groter lettertype. Bij telefonische afname kan de enquêteur / enquêtrice een stukje tekst voorlezen (bijvoorbeeld: “de volgende tien vragen gaan over ...”). Bij online afname laat men de respondente een stuk tussentekst lezen. Bij persoonlijke afname moet de enquêteur / enquêtrice duidelijk aangeven dat er nu een ander onderwerp aan de orde wordt gesteld.
12) Het beantwoorden van de vragen zou in principe maximaal tien minuten mogen duren. Meer tijd willen mensen er eigenlijk niet aan besteden. Bij uitzondering mag het invullen van de vragenlijst meer tijd kosten.
13) Probeer de vragenlijst zo op te stellen dat er geen vragen hoeven worden overgeslagen. Bij schriftelijke afname zijn er regelmatig respondenten die toch de vragen invullen die ze hadden moeten overslaan. Bij telefonische afname kan de enquêteur/enquêtrice zich vergissen. Een cati afname voorkomt dit (cati = computer assisted telefonic interview). Bij afname van de vragenlijst via internet moet je het doorverwijzen goed checken en je afvragen of een respondent terug mag bladeren naar eerdere vragen.
14) Vragen die een gezamenlijk aspect meten (een factor) zijn het beste op te stellen als een matrixvraag.
15) Voor het maken van een redelijk robuuste factor die uit meerdere aspecten bestaat (een samengestelde variabele) heb je per aspect tussen de vijf en de tien deelvragen nodig.
16) Houd de vragenlijst zo kort mogelijk. Stel alleen de vragen die belangrijk zijn voor het geven van een antwoord op de onderzoeksvraag.
17) Vragen die je stelt omdat het antwoord wel eens interessant zou kunnen zijn, kun je beter weglaten.
18) Een enquête heeft een begin en een eind. Het heeft dus ook uit een introductietekst en aan het eind wordt de respondent bedankt voor zijn of haar medewerking. De introductie verschilt per afname (schriftelijk / telefonisch / online).
Verwerking van de antwoorden op de vragen
In onderzoek krijgen mensen vragen voorgelegd omdat jij met de antwoorden iets wil gaan doen. Hieronder staan een paar aspecten waar je als onderzoeker op moet letten.
19) Bij iedere vraag die je in de vragenlijst opneemt, moet je je afvragen hoe die in de statistische analyse is te verwerken. Dat wil zeggen: levert het antwoord een variabele op categoraal niveau, ordinaal niveau, interval niveau of ratio niveau op en moet het antwoord op deze vraag gekruist worden met het antwoord op een andere vraag?
20) Stel bij voorkeur vragen die een variabele op interval / ratio niveau opleveren. Met de antwoorden op interval / ratio niveau zijn er meer mogelijkheden om ze te analyseren en is een kleiner aantal respondenten nodig om tot statistisch significante resultaten te komen.
21) Vragen die niet in het statistische analyseplan voorkomen, kun je net zo goed weglaten uit de vragenlijst.
22) Open vragen zijn moeilijk statistisch te verwerken. Bij kwantitatief onderzoek wordt met de antwoorden op een open vraag meestal niets gedaan. Er zijn weliswaar (nieuwe) semantische analysetechnieken die beweren wel dit soort gegevens te kunnen analyseren en misschien levert dat interessante informatie op, maar meestal levert het te weinig informatie op om er ook echt iets mee te doen.
Controle voorafgaand aan het uitzetten van de vragenlijst
23) Om er voor te zorgen dat er geen inhoudelijke fouten meer in de enquête staan, laat je de enquête controleren door iemand met veel kennis van dit terrein (de expert op het kennisterrein).
24) Om te controleren of de enquête onderzoekstechnisch (methodologisch en statistisch) goed in elkaar steekt, leg je de vragenlijst voor aan een expert in onderzoek. Maak bijvoorbeeld gebruik van ons aanbod om de vragenlijst door ons te laten controleren op de onderzoekstechnische aspecten.
25) Om er voor te zorgen dat er geen taalfouten meer in de enquête staan, leg je de enquête voor aan een taalkundige.
26) Probeer de enquête uit bij een aantal mensen uit de doelgroep. Voor onderzoeksbureaus die werken volgens de NEN-ISO 20252 is dit zelfs verplicht.
Voor het verrichten van schriftelijk onderzoek met behulp van enquêtes hebben we de volgende adviezen
27) De omslagenvelop en de inhoud moeten er verzorgd uitzien. Gebruik bij voorkeur een omslagenvelop van de opdrachtgever. Laat bij voorkeur ook de introductiebrief op briefpapier van de opdrachtgever drukken. Dit alles zorgt ervoor dat de aangeschreven persoon meer vertrouwen krijgt in het doel van het onderzoek en dat het onderzoeksbureau daarin een bemiddelende rol speelt.
28) Verstuur de enquête op naam. Veel post die binnenkomt die geadresseerd is als ‘aan de bewoners van’ belandt - soms nog ongeopend - bij het oud papier.
29) Een enquête begint met een inleiding. In deze inleiding staat waarom deze enquête is opgesteld en waarom het belangrijk is dat degene die de enquête gekregen heeft deze invult. De persoon in kwestie kan gemotiveerd worden door een beroep te doen op de interne motivatie of met behulp van een externe motivator (een cadeautje of zoiets).
30) Maak als onderzoeksbureau duidelijk dat het bureau zich te houden heeft aan de wet op de persoonsbescherming. Dit houdt in dat er nooit persoonlijk informatie doorgestuurd zal worden naar de opdrachtgever en dat de persoonlijke gegevens alleen voor dit onderzoek gebruikt zullen worden.
31) In de inleiding staat ook een instructie van hoe de vragenlijst ingevuld moet worden en wat te doen als de geënquêteerde een aangekruist antwoord toch nog wil veranderen.
32) Omdat er geen toelichting kan worden gegeven, moeten alle vragen en alle antwoordalternatieven helder zijn geformuleerd. Het gebruik van verwijswoorden moet tot een minimum worden beperkt. Het is vaak zelfs beter om gehele zinsneden per vraag te herhalen.
33) De antwoordcategorieën bij een vraag moeten volledig zijn: iedereen moet een antwoord kunnen aankruisen. Indien men er aan twijfelt of men volledig is, dan kan men beter een half-open vraag gebruiken.
34) Reeksen vragen met dezelfde antwoordcategorieën worden bij voorkeur in een tabelvorm (een matrixvraag) gepresenteerd. Vroeger werd de mening verkondigd dat in enquêtes veel wit moest zitten, dat wil zeggen dat rond de vragen en de antwoorden veel ruimte vrij moest worden gelaten. Inmiddels is men erachter gekomen dat dit juist een averechts effect heeft. De geënquêteerde heeft geen zin om een dik pak papier in te vullen (aversie die al ontstaat voor het invullen), en als hij steeds dezelfde vragen moet beantwoorden krijgt hij er snel genoeg van (aversie die ontstaat tijdens het invullen).
35) De vragenlijst eindigt met een open vraag waarin de respondent alle op- en aanmerkingen kwijt kan. Dit werkt naar twee kanten positief. Enerzijds kan de geënquêteerde hierin zijn gram kwijt (vragen die hij wel of niet heeft kunnen beantwoorden, toelichtingen op antwoorden waaruit zou kunnen blijken dat de vraag door de geënquêteerde anders is opgevat dan door de opsteller is verwacht, etc.). Anderzijds kan de onderzoeker op het spoor komen van aspecten die niet in de enquête zijn opgenomen maar die wel relevant zijn.
36) Aan het eind van de vragenlijst moet de respondent nogmaals worden bedankt voor de door hem gedane moeite.
37) De enquête moet voor de respondent kostenloos kunnen worden teruggestuurd. Een antwoordnummer geeft de respondent het meeste gevoel dat het een vertrouwd onderzoeksinstituut is.
38) Het bijsluiten van een antwoordenvelop bevordert het terugsturen van de vragenlijst. Mocht deze om de een of andere reden ontbreken, laat het dan in ieder geval duidelijk zijn waar de ingevulde enquête naar toegestuurd kan worden. Vermeld het antwoordnummer dus ook in de inleidende brief of op de laatste bladzij van de vragenlijst.
Voor een telefonische afname van de enquête hebben we de volgende adviezen
39) Het onderwerp van onderzoek moet zich lenen voor telefonisch onderzoek. Consumentengedrag is goed te onderzoeken, maar een sociaal-emotioneel beladen onderwerp (zoals drugsverslaving) niet.
40) Het vragen naar een mening is relatief goed te doen. Vragen waarin iets opgezocht moet worden, zijn uitermate ongeschikt.
41) De vragen moeten zodanig zijn opgesteld dat de enquêteur / enquêtrice geen toelichting hoeft te geven.
42) De vragen moeten zodanig zijn opgesteld dat ze geen discussie uitlokken. Enquêteurs en enquêtrices moeten dit ook geïnstrueerd krijgen: als de respondent een discussie aan wil gaan kap dit dan af.
43) Neem bij voorkeur ervaren enquêteurs en enquêtrices. Het liefst zelfs gediplomeerden. Het aanstellen van gekwalificeerde mensen kost weliswaar iets meer, maar de kwaliteit van de gegevens is vaak beter. Met betere gegevens is vaak ook een beter antwoord te geven op de onderzoeksvraag. Ervaren en gekwalificeerde mensen werken doorgaans ook iets sneller dan degenen die daar niet voor zijn opgeleid. Dat bespaart dan weer iets op het aantal uren dat er gewerkt moet worden.
44) De communicatie kan alleen via de telefoon plaatsvinden. De interviewer moet dan ook een plezierige stem hebben en de intonatie is belangrijk. Omdat non-verbale communicatie niet mogelijk is, kan men de respondent daarmee niet sturen. Men kan dus niet even fronsen als men het antwoord niet begrijpt zodat de respondent vanzelf een toelichting gaat geven. Ook kan men de ondervraagde niets laten zien, noch kan men zien in welke omstandigheden de respondent de vragen beantwoordt.
45) Doe als onderzoeker een tijdje mee aan het enquêteren. Ervaar zelf hoe het gaat en welke antwoorden de respondenten geven en hoe ze over het onderwerp praten. Dit is goede informatie voor het beoordelen van de conclusies uit het onderzoek.
46) Bel op tijden waarop je de meeste respondenten uit de doelgroep te bereiken zijn. Dit hoeft niet per sé tussen 17.00 en 20.00 uur.
47) Respondenten die niet mee willen doen aan het onderzoek, moeten niet overgehaald worden om toch mee te doen. Meedoen aan onderzoek is altijd vrijwillig.
48) Noteer van de respondenten die niet mee willen doen de reden daarvan. Dit is goede informatie voor het non-respons onderzoek.
49) Laat je bellijst vooraf controleren of er geen mensen op staan die zich bij het infofilter aangemeld hebben om niet gebeld te worden voor telefonisch onderzoek.
Tips voor afname via internet
Het online afnemen van enquêtes is tegenwoordig groter dan het versturen van de vragenlijst per post. Dat is wat goedkoper maar heeft ook zo zijn beperkingen. Veel tips die we bij de schriftelijke afname gaven, gelden ook voor een afname via internet. Daarnaast heeft internet wat andere mogelijkheden dan afname via de post of telefoon. Daar gaan we hier niet op in. De lijst met tips is dan ook nogal beperkt:
50) Het is niet verplicht om bij de afname van de vragenlijst gebruik te maken van een panel van een onderzoeksbureau. De meeste panels zijn helemaal niet representatief voor de doelgroep die je met je onderzoek beoogt.
51) De respondenten zijn ook te benaderen via een simpele uitnodiging per post. Daarop staat dan een code zodat de respondenten naar een site kunnen surfen om daar de vragenlijst in te vullen. Het niet meesturen van de vragenlijst scheelt enorm in portokosten.
52) Maak een keuze uit de volgende mogelijkheden: 1) de respondent mag wel/niet terugbladeren om een eerder antwoord alsnog te veranderen. 2) de respondent is wel/niet verplicht om alle vragen te beantwoorden.
Slotopmerking
Een enquête maken is maar een klein onderdeel van het hele onderzoeksgebeuren. Ook andere aspecten spelen een rol zoals representativiteit, steekproefgrootte, onderzoeksdesign, het verwerken van de gegevens en - niet te vergeten - het schrijven van een onderzoeksverslag. Veel informatie vind je op deze site. Allemaal gratis. Maar, wil je meer gestructureerd kennis krijgen over het verrichten van onderzoek, dan raden we aan één van de studieboeken van Foeke van der Zee aan te schaffen. In deze boeken leer je in acht stappen hoe je onderzoek moet uitvoeren. klik hier voor meer informatie
Laat uw vragenlijst door ons controleren
Als u een vragenlijst heeft gemaakt is het verstandig om die te laten controleren door een onderzoeksmethodoloog of een onderzoeksexpert. U kunt daarvoor goed bij ons terecht. Wij bieden dit zelfs heel goedkoop aan. Voor € 100,-- (exclusief BTW) kijken we uw hele vragenlijst na en geven we (indien nodig) tips en adviezen voor verbetering. Als u een vragenlijst door ons wilt laten controleren klik dan hier voor meer informatie.
Laat ons uw vragenlijst maken
Een vragenlijst maken lijkt zo makkelijk maar voor het maken van een goede enquête moet er toch enige tijd (minstens één dag, soms twee of drie) in worden gestoken en is ook enige ervaring (en kennis van methodologie van onderzoek) onontbeerlijk om een goede vragenlijst te krijgen. U kunt het maken van een enquête ook door ons laten doen. Neem geheel vrijblijvend contact met ons op. Stuur een mail naar:
•Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.•
of bel: 050 - 5422163 .
Boeken over het maken van enquêtes
Voor het maken van vragen en vragenlijsten heeft Foeke van der Zee een aardig boekje geschreven onder de titel De Enquête. Daarin wordt een overzicht gegeven van de diverse typen vragen en wat er bij komt kijken bij een schriftelijke afname of een afname via internet.
Voor het online afnemen van een vragenlijst heeft Foeke van der zee het leerzame boekje Online Enquêteren geschreven waarin de do's en don'ts van deze wijze van afnemen van enquêtes wordt besproken.






