Steekproeftrekken
Steekproeftrekken is het maken van een selectie uit een groot aantal. Er zijn negen (hoofd-)manieren om een steekproef te trekken. Alle zijn goed, maar in de ene situatie is de ene manier beter dan de andere.
Er zijn verschillende wijzen van steekproef trekken. Een eerste indeling van steekproeven trekken is die van met versus zonder teruglegging. Een steekproeftrekking met teruglegging houdt in dat als een element in de populatie getrokken is en in de steekproef terecht is gekomen, het daarna teruggelegd wordt in de populatie waarmee het opnieuw een kans krijgt om nog eens in de steekproef opgenomen te kunnen worden. Dit zou er toe kunnen leiden dat een element van de populatie twee of meer keren in de steekproef terecht komt. Bij een steekproeftrekking zonder teruglegging kan dat niet: geen enkel element kan twee of meer keer in de steekproef voorkomen. In de alledaagse praktijk van onderzoek komt een steekproeftrekking met teruglegging nauwelijks voor. Men stuurt mensen niet twee keer dezelfde vragenlijst toe, een paddestoel kan maar een keer ontleed worden, etc.
De tweede manier van indelen is die naar het onderscheid tussen a-select (= willekeurig) en select (= a-willekeurig). (Let op de omkering van het voorvoegsel ‘a’) Een a-selecte steekproef betekent dat alle elementen in de populatie een evengrote kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Bij een selecte steekproef is die kans niet evengroot. Tussen beide uitersten ligt een reeks mogelijkheden. Deze kunnen worden ingedeeld in negen hoofdtypen. Van de onderstaande onderscheiden wijzen van steekproeftrekken rekent men de eerste vijf tot de a-selecte wijzen van steekproeftrekken en de overige vier tot de selecte.
1) De enkelvoudige aselecte steekproeftrekking
In deze wijze van steekproeftrekking krijgt ieder element uit de populatie een getal toegekend. Vervolgens stopt de onderzoeker al deze getallen bij wijze van spreken in een hoge hoed, schudt het flink door elkaar en trekt blindelings een aantal getallen uit deze hoed.
Deze vorm van steekproeftrekken komt sterk overeen met een loterij: uit een stapel inzenders met de goede oplossing worden één (of meerdere) winnaars getrokken; of uit een reeks getallen op 41 ballen variërend worden 6 ballen getrokken. In plaats van een fysieke trekking kan de trekking ook gebeuren door een computer: met behulp van een random-generator wordt het benodigde aantal elementen getrokken. Andere mogelijkheden zijn het trekken van een (volgend) element afhankelijk maken van de uitkomst van een worp met een (vier-, vijf-, zes-, zeven-, achtkantige?) dobbelsteen.
De enkelvoudige aselecte steekproef veronderstelt ten eerste dat de populatie waaruit getrokken wordt goed is geschud en ten tweede dat iedere trekking niet beïnvloed wordt door de vorige. Daarom is deze methode qua willekeur misschien de mooiste, maar is de onderzoeker ook het meest afhankelijk van toeval. Door deze manier van steekproeftrekken kan het gebeuren dat de steekproef niet representatief is. Dit is juist in tegenspraak met hetgeen de onderzoek beoogt. Om de toevalsfactoren zo veel mogelijk uit te bannen wil de onderzoeker vaak meer systematiek. Om deze reden zijn de onderstaande wijzen van steekproeftrekken gangbaar. In toenemende mate wordt het toeval in deze methoden meer systematisch in de hand gehouden.
2) Systematische steekproeftrekking met a-select begin
Deze wijze van steekproeftrekken verschilt van de vorige in twee opzichten. Ten eerste: de eenheden van de populatie worden nu netjes op een kenmerk op een rij gezet. Zo kunnen alle namen van de personen die tot de populatie behoren op alfabetische volgorde worden gezet, of kunnen de bedrijven in een branche gerangschikt worden naar de omzet.
Vervolgens, en dat is het tweede verschil, trekt men uit deze lijst een element om de zoveel elementen. Bijvoorbeeld elke honderdste persoon of elk tiende bedrijf. Het enige wat nu nog aan het toeval wordt overgelaten is het eerste nummer dat de onderzoeker als beginpunt kiest. Dit kan gebeuren door middel van een random generator programma van een computer, of het werpen met een dobbelsteen, of het trekken van een getal uit een lijst met random getallen, etc., maar gewoonlijk kiets men een willekeurig (vaak een mooi rond) getal.
Het voordeel is dat de steekproef een verdeling heeft die beter overeenkomt met de populatie: van de personen zitten er verhoudingsgewijs evenveel mensen uit het begin van het alfabet als aan het eind van het alfabet; van de bedrijven zijn er verhoudingsgewijs evenveel die een kleine omzet halen als een grote.
3) Gestratificeerde steekproeftrekkingen
De elementen in een populatie kunnen qua verhouding op een kenmerk nogal scheef verdeeld zijn. Zo zullen er in een branche meer bedrijven zijn met een kleine omzet dan met een grote omzet. Dit zou er toe kunnen leiden dat er te weinig bedrijven met een grote omzet worden geselecteerd. Om hiervoor te corrigeren kan een populatie worden ingedeeld in verschillende groepen. (Hier wordt meestal de Latijnse term voor groep gebruikt, namelijk stratum.) Van ieder stratum worden nu willekeurig een x-aantal elementen geselecteerd. De wijze waarop binnen een stratum de elementen getrokken worden kan volstrekt a-select zijn (gestratificeerde a-selecte steekproeftrekking), dan wel volgens een a-select begin (gestratificeerde steekproeftrekking met a-select begin).
Bij de analyses en de interpretatie van de uitkomsten zal de onderzoeker rekening moeten houden met de scheve verhouding die nu in de steekproef zit. Het moge duidelijk zijn dat als de onderzoeker de scores wil wegen dit aangegeven moet worden in het analyseplan.
4) De twee- of meertrapssteekproeftrekking
In deze vorm van steekproeftrekken wordt eerst een steekproef getrokken uit een aantal hoofdcategorieën waarna per hoofdcategorie een steekproef van de elementen uit de populatie wordt getrokken. Het is denkbaar dat er meerdere lagen in de indeling in categorieën bestaan. Dit betekent dat er evenzovele steekproeven getrokken moeten worden. Bijvoorbeeld: eerst een selectie maken uit het aantal steden, vervolgens per stad een selectie maken uit de wijken, per wijk een selectie maken uit de straten en tenslotte per straat een selectie maken uit de huisnummers.
Ook hier geldt dat de steekproef qua verhouding geen goede afspiegeling is van de populatie. Hiervoor kan statistisch gecorrigeerd worden door middel van weging of door middel van het opnemen van covariabelen in de analyses.
5) Een cluster- of trossteekproeftrekking
Bij deze wijze van steekproeftrekken deelt de onderzoeker de populatie eerst in clusters c.q. trossen. Vervolgens wordt een selectie gemaakt van een aantal clusters. Alle elementen in dat cluster doen mee aan het onderzoek en vormen gezamenlijk de steekproef. Bijvoorbeeld: bij het selecteren van een groep kinderen die 8 à 9 jaar oud zijn kan gebruik gemaakt worden van het feit dat deze kinderen (bijna) allemaal in groep 5 (of 6) van de basisschool zitten. Vervolgens kan men een selectie maken uit de basisscholen. De leerlingen in de geselecteerde basisscholen vormen dan de steekproef.
6) De quota steekproeftrekking
In deze vorm ligt het aantal elementen in de steekproef van te voren vast. Deze wijze van steekproeftrekken wordt vaak gebruikt voor onderzoek op straat of voor telefonisch onderzoek. De onderzoeker stelt zich op in een drukke winkelstraat. Vervolgens klampt hij een aantal mensen aan en vraagt of hij hen wat vragen mag. Als op deze wijze het aantal afgesproken afnames is gehaald (als er aan het quotum is voldaan), wordt gestopt met het verzamelen van data.
7) De doelgerichte steekproeftrekking
In deze vorm van steekproeftrekken wordt eigenlijk een steekproef uit een steekproef getrokken. Bijvoorbeeld, een onderzoeksbureaus heeft een panel dat regelmatig vragen beantwoordt. Eén zo'n vraag zou kunnen luiden: Heeft u een goudvis thuis? ja/nee. De personen (of een deel ervan) die deze vraag met ja hebben beantwoord, krijgen de volgende keer een aantal vragen over goudvissen voorgelegd.
Een andere visie op een doelgerichte steekproef, is de oproep in een krant, tijdschrift, of via het prikbord waarbij mensen met een bepaald kenmerk gevraagd worden om mee te doen aan een onderzoek.
8) Een sneeuwbalsteekproeftrekking
Een sneeuwbal maak je door klein te beginnen. Daarna ga je haar rollen, en rollen, en rollen net zolang totdat zij groot genoeg is. Een sneeuwbalsteekproeftrekking heeft hetzelfde effect. De onderzoeker begint met het opsporen van één persoon. Daarna vraagt de onderzoeker of deze persoon nog anderen weet of kent die aan het onderzoek mee zouden willen werken. De onderzoeker blijft net zolang doorgaan totdat de steekproef voldoende groot is.
Deze methode van steekproeftrekken is goed bruikbaar bij moeilijk op te sporen onderzoekseenheden van een populatie. Gewoonlijk worden dan personen met sociale moeilijkheden genoemd zoals thuis- en daklozen, druggebruikers of gokverslaafden. Echter deze methode leent zich ook heel goed bij het opsporen van kanariebezitters. Een persoon die tot de populatie behoort kent meestal wel weer een ander die ook een kanarie als huisdier heeft. Met deze vorm van steekproeftrekken komen ook kanariebezitters in de steekproef terecht die het voer niet bij de lokale dierenwinkel aanschaffen.
9) De selecte steekproeftrekking
In deze vorm van steekproeftrekken weet de onderzoeker uit zijn eigen adresboekje, dan wel uit het adresboekje bij collega's en kennissen, een aantal respondenten aan te geven dat tot de steekproef zou moeten behoren. Het betreft meestal een beperkt aantal experts op een specifiek (deel-)terrein van het te onderzoeken veld.
Het grote nadeel van deze wijze van steekproeftrekken is dat er hevig aan de representativiteit getwijfeld moet worden. Omdat de respondenten volstrekt naar eigen inzicht gekozen worden, is ook elk beeld te schetsen dat de onderzoeker zou willen schetsen. Om deze reden is deze wijze van steekproeftrekken beperkt bruikbaar; alleen in een eerste stadium van verkennend en exploratief onderzoek zou deze wijze van steekproeftrekken toegestaan kunnen worden. Daar moet dan wel de kanttekening bij worden geplaatst dat men dan zowel voor- als tegenstanders aan het woord laat komen, c.q. experts vanuit verschillende disciplines hun mening laat geven.
© Foeke van der Zee / BMOOO - Woordenboek onderzoek, methodologie en statistiek
Zie ook:
- steekproef
- steekproefgrootte
- steekproefgrootte berekenen
- steekproeftrekken
- representativiteit
- respons






